|
Data Herdenking en Viering Immigraties in Suriname
21 juni
Nederlandse immigratie
20 oktober Chinese immigratie
5 juni Hindoestaanse immigratie
9 augustus Javaanse immigratie
 De
Kota Gede van de Rotterdamse Lloyd gebouwd in 1928. Het laatste schip
dat contractarbeiders uit Java naar Suriname bracht, de zogenaamde vrije
immigranten. De drie havens op Java die toen een belangrijke rol
speelden bij de migratie van Javanen waren: Tanjung Emas (Semarang),
Tanjung Perak (Surabaya) en Tanjung Priok (Jakarta).
|
Maar eerst kwamen Nederlandse
boeren in Suriname.
Migratie van arme boeren van Nederland naar
Suriname zag men als één van de mogelijkheden om de kolonie voor de
'ondergang' te redden.
Blanke kolonisten zouden met de vestiging van kleinschalige
landbouwbedrijven de economische structuur van het land kunnen
verbeteren en de migratie van arme boeren zou een middenklasse van
hard werkende mensen creëren. De opzet is helaas mislukt.
1845-1853 Nederlandse immigratie 1853-1879 Chinese immigratie
1873-1916 Hindoestaanse immigratie 1890-1940 Javaanse immigratie
Kampong Baroe en Tamanredjo zogenaamde Kielstra-dorpen Als het aan
gouverneur Kielstra (een oudgediende uit Indië) had gelegen, zouden er
100.000 Javanen in 10 jaar tijd zijn aangevoerd. Kielstra was van 1933
tot 1943 gouverneur van Suriname. Het plan dat gouverneur Kielstra
ontvouwde, zou een rigoureuze verjavaansing van Suriname betekenen.
Minister van Koloniën, Welter wilde echter niet zover gaan, en achtte
ruim 1000 Javanen per jaar realiseerbaar. Volgens Kielstra zouden voor
de Javanen, Indonesische landbouwdorpen (desa’s) opgezet moeten worden
met scholen waar in het Javaans zou worden les gegeven. Er zijn vijf
Kielstra dorpen gerealiseerd, o.a Kampong Baroe en Tamanredjo.
Deze dorpen kenden een zelf(dorps)bestuur, waarvan de lurah het
dorpshoofd is. De Javanen (evenals de Hindoestanen) zouden meer
erkenning moeten krijgen voor hun culturele eigenheid. Ondanks hevige
tegenwerking van de met Creolen gevulde Staten van Suriname, wist
Kielstra door te drukken dat de tot dan gevoerde assimilatiepolitiek
vaarwel werd gezegd: de Javanen (en Hindoestanen) kregen vanaf 1936 een
(door Kielstra benoemde) afvaardiging in het Surinaamse parlement en een
eigen huwelijks- en echtscheidingswetgeving. Door de Creolen werd deze
politiek van Kielstra een verdeel- en heerspolitiek genoemd. Zij wilden
in Suriname in het midden van het bed liggen en zagen hun machtspositie
aangetast. Maar het Kielstra beleid om grote aantallen Javanen te laten
migreren is door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog nooit
verwezenlijkt. Op 13 december 1939 arriveerden de laatste 990
Javaanse immigranten in Suriname.
Kota Gede De
Kota Gede was van de Rotterdamse Lloyd en gebouwd in 1928. Het was
het laatste schip
dat Javaanse immigranten uit Java naar Suriname bracht. Deze zogenaamde vrije
immigranten. kwamen op 13 december 1939 in Suriname aan. Het
laatste schip dat Javaanse contractarbeiders naar Suriname bracht, was
de Simaloer III in juli 1929.
Havens Java Drie havens op Java speelden een belangrijke rol bij de geschiedenis van de Javaanse Surinamers: Tanjung Emas
van Semarang,
Tanjung Perak van Surabaya en Tanjung Priok van Jakarta.
Hiervandaan werden de Javaanse contractarbeiders naar Suriname
getransporteerd. |