|
1845-1853 Nederlandse Immigratie Op 21 juni 1845 kwamen de eerste Nederlandse boeren met
in totaal 202 personen naar Suriname. De plantage Voorzorg aam de
Saramacca rivier werd hunaangewezen als vestigingsplaats. Eind 1853
waren 398 kolonisten en 68 kinderen in Suriname geboren. Door ziekte en
ongunstige leefomstandigheden is de kolonisatiepoging opgeheven.
1853-1870 Chinese
Immigratie Tien jaar voor de afschaffing van de slavernij kwamen de
eerste Chinezen in Suriname aan. Deze zijn echter niet afkomstig uit
China, maar uit Java. Er zijn 2500 Chinese contractarbeiders naar
Suriname gegaan tussen 1853 en 1870. Deze Chinezen komen uit China,
Hakka Chinezen uit Kwantung en Hoklo Chinezen uit uit Fuchin. De eerste
groep van 500 Chinezen was van regeringswege en daarna door toedoen van
particulieren. In 1865 werd in Amsterdam de 'Immigratie Maatschappij'
opgericht die 2000 Chinese contractarbeiders naar Suriname bracht.
1873-1916
Hindostaanse Immigratie Op 5 juni 1873 arriveerde het zeilschip
'Lalla Rookh' in Suriname met 399 personen. Hiervoor waren er al Hindostanen in
Nickerie en Coronie werkzaam op de plantages. Deze Hindostanen kwamen
echter van de toenmalige Brits Guyana (thans Guyana). Van 1873 tot 1916
kwamen in totaal 34.304 Brits-Indiërs in Suriname aan.
1890-1940 Javaanse
Immigratie Op 9 augustus 1890 kwamen per stoomschip prins Willem II
de eerste 94 Javanen in Suriname aan. Aan het einde van de immigratie periode (december 1939)
waren er circa 33.000 Javaanse contractarbeiders in Suriname. Door de
Nederlandse Handelmaatschappij werden de eerste Javaanse immigranten op
de plantage Mariënburg tewerkgesteld. Het laatste schip, de Kota Gede,
met de zogenaamde vrije Javaanse immigranten kwam op 13 december 1939 in
Suriname aan. Vanaf 1930 was er sprake van 'vrije immigranten'. Door de
dreiging van de Tweede Wereldoorlog werd de immigratie van de Javanen
stopgezet.
<De werving op Java>
De overtocht De
reis naar Suriname gebeurde in twee etappen. Een schip dat de Javaanse
immigranten naar Amsterdam bracht en een tweede schip dat hen naar
Suriname bracht. Het schip dat de eerste 94 Javaanse immigranten (61
mannen, 31 vrouwen en 2 kinderen: een jongen en een meisje beide twee
jaar oud) via het Suez kanaal naar Amsterdam bracht was Prins Alexander.
Vervolgens stapten de contractarbeiders over op de Prins Willem II dat
hen naar Suriname bracht.
In 1894 ging het
stoomschip Voorwaarts via Kaap de Goede Hoop rechtstreeks naar Suriname.
Tientallen schepen
vervoerden honderden Javanen. Het laatste schip met Javanen aan boord was de
Kota Gede met negenhonderd negentig migranten. Zij waren de laatste Javanen,
de zogenaamde vrije migranten, die op 13 december 1939 in Suriname arriveerden.
Vanuit Batavia (de huidige
Jakarta), Semarang en
Surabaya op Java werden de Javaanse contractarbeiders verscheept. De haven van
Semarang heet Tanjung Emas, die van Jakarta heet Tanjung Priok en van Surabaya
heet Tanjung Perak. De eerste
Javanen waren ongetrouwde mannen, later kwamen ook gezinnen in Suriname aan. Van
1890 tot 1916 kwamen gemiddeld zevenhonderd Javanen naar Suriname. Tweederde van
alle Javaanse contractanten kwam na de Eerste Wereldoorlog naar Suriname. Na
1930 was er de zogenaamde 'vrije immigratie'.
De eerste Javaanse migranten zijn
door de Nederlandse Handelmaatschappij naar Suriname gebracht. Deze had
bezittingen in Suriname en in de toenmalige Nederlands-Indië.
De komst in Suriname Na
aankomst in Suriname werden de immigranten in de zogenaamde
'koeliedepot' opgevangen. Daarna werden zij tewerkgesteld op de
plantages. Vaak verbleven zij in de hutten waar eerder de slaven ook in
hadden gebivakkeerd. Er werd niets voor hen geregeld. In 1928 werkten
3600 Javaanse contractarbeiders op de suikerplantage Mariënburg.
Poenale
sanctie
Door het instellen van de poenale sanctie kan worden
geconcludeerd dat de periode waarin contractarbeiders werkzaam
waren op de plantages een overgangsfase is tussen slavernij en vrije
arbeid.
Contractarbeiders
die zich schuldig hadden gemaakt aan plantagedelicten konden
strafrechterlijk vervolgd worden. Zij konden geldboete krijgen,
gevangenisstraf of dwangarbeid.
Anton de
Kom Zijn verzet tegen het kolonialisme. Na een verblijf van
twaalf jaar (1920-1932) in Nederland keerde hij terug naar Suriname en
stichtte een adviesbureau. Er gingen verhalen de ronden dat hij de
Javanen wilde helpen om hen naar Java terug te laten keren. Veel Javanen
hebben zich daarom bij zijn adviesbureau ingeschreven. Alhoewel zij nog
onder contract waren, liepen veel Javanen weg van de plantages. Zijn
veel gelezen boek heet 'Wij slaven van Suriname'.
De tijd na de contractperiode Javaanse immigranten kregen een
contractperiode voor de duur van vijf jaar. Daarna konden zij bijtekenen
voor een nieuwe contractperiode, terug
keren naar Java of in Suriname blijven als vrije mensen. Een
kwart van de Javaanse immigranten gingen terug naar Java.
|