HOME IRIS FLASHVIDEO 3D MEDIAWALL  PICTUREGALLERY MUSICBOX BASA JAWA BAHASA INDONESIA GASTENBOEK

Immigratie Suriname Taal Cultuur Muziek Theater Boeken Archieven BanyuMili

Home > Immigratie > Laatste der immigranten

Berichten
Wetenswaardigheden
Gewone verhalen

Hoofdmenu

Immigratie Hoofdpagina
Immigraties in Suriname Emancipatiewet
Javaanse immigratie Onderzoek
Komst Javanen in Suriname Achtergronden
Artikelen Javaanse immigratie Downloads
Laatste der immigranten Een interview
Koloniale administratie Lijst van schepen
Tijdlijn Herdenking en Viering...
Visie BanyuMili Herdenking en Viering...

Suriname Hoofdpagina
Republiek Suriname
Wapen en vlag
Nationaal volkslied
Talen van Suriname
Tijdlijn Historische gebeurtenissen
Toerisme in Suriname
Suriname op Google Maps

Taal Hoofdpagina
Javaans van Indonesië en Suriname
Javaans van Suriname Geschiedenis
Javaans van Suriname Klanksysteem
Javaans van Suriname Dagelijks gebruik
Javaans van Indonesië Geschiedenis
Javaans van Indonesië Klanksysteem
Javaans van Indonesië Dagelijks gebruik
Woordenlijst Javaans-Nederlands
Woordenlijst Nederlands-Javaans

Cultuur Hoofdpagina
Feest Vereende krachten en saamhorigheid
Huisvlijt Javaanse gebruiksvoorwerpen
Huwelijk Ceremonies en gebruiken
Huwelijk Ceremonies en betekenissen
Huwelijk Nebus kembar mayang
Kalender De Javaanse tijdrekening
Kejawèn Traditionele geloofsovertuiging
Kunst Moderne Kunst
Mysticisme Het innerlijke geloof
Slametan Levenscyclus en hoogtijdagen

Muziek Hoofdpagina
Gamelan Unicum in het Caribisch gebied
Pop Jawa De muziek op de Javaanse radio
Terbangan Van religieus naar populair

Theater Hoofdpagina
Dans Taal der bewegingen
Jaran képang Rituele dans
Ludrug Volkstoneel met zang en dans
Tayub Danspartij met dansvrouwen
Wayang Het Javaanse schimmenspel
Wayang Wayangvormen en repertoire
Wayang Opstelling poppen bij voorstelling
Wayang Wayangvoorstelling en Semar
Wayang Gebruikte termen

Boeken Hoofdpagina
Woordenboek Javaans van Suriname
Boekbeschrijvingen KITLV
Nog meer boeken
Ana-Ku Ngalimoen Gast

Archieven Hoofdpagina
Historische Database Suriname
Database Javaanse immigranten
Nationaal archief Suriname
Nationaal archief Nederland
Universiteit Leiden
KITLV Leiden
Meer archieven en informatiebronnen

BanyuMili Hoofdpagina
Waarom BanyuMili
 De webmaster
Bakkie... Reijnsdorp
Internaat Taman Putro
Interview Rotterdams Dagblad
Sana Budaya Paramaribo
Terug naar Bakkie
Overdenkingen
Basa Jawa Pagina in het Javaans
Bahasa Indonesia Pagina in het Indonesisch

Nationaal Archief van Suriname.
Archieven van overheidsinstellingen en particulieren. Bij het Nationaal Archief kunt u archieven raadplegen vanaf de periode 1846.

Nationaal Archief van NederlandHeel veel materiaal over velerlei zaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Waaronder ook duizenden oude foto's uit de koloniale tijd en uit de periode dat Suriname koninkrijksdeel was.

Historische Database Suriname. Persoons- en gezins-gegevens van mensen die in de tweede helft van de negentiende en in de twintigste eeuw (tot aan de Tweede Wereldoorlog) als contractarbeider naar Suriname zijn vertrokken.

Universiteit Leiden.
Aan deze universiteit kan men terecht voor de studie Indonesische talen en culturen met als specialisatie Javaanse taal en cultuur.

Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volken-kunde. Veel literatuur van Suriname en de rest van het  Caraibisch gebied.

Boeken verkrijgbaar bij KITLV Leiden
Klik hier voor meer info

 

 

Laatste der Javaanse immigranten

Onderstaand artikel is afkomstig van de website www.dwtonline.com. Het is geschreven door de heer Kenneth Donk. Het artikel is gedateerd op 23 november 2007. Aan het eind van deze pagina staat het emailbericht (verzoek tot plaatsing in BanyuMili) dat naar hem is verstuurd. Helaas is er geen reactie op gekomen. Omdat het verhaal heel belangrijk is voor de Javaanse gemeenschap is besloten het te plaatsen zonder voorafgaande toestemming. Ook de foto is zonder voorafgaande toestemming geplaatst. Mogelijk komt de toestemming alsnog. Het artikel is opgenomen, zoals het op de website www.dwtonline.com staat. BanyuMili is een andere mening toegedaan voor wat de schrijfwijze van de Javaanse woorden die erin staan. Redactie BanyuMili

Karsih Moekmin, een van de eerste immigranten
Vooral wanneer het om mensen gaan die een interessante levensloop in Suriname hebben gekend, zoals de eerste Javaanse immigranten. Uit eigen onderzoek is gebleken dat van de immigranten die rond 1920 uit Indonesië naar Suriname kwamen, er nog maar enkele in leven zijn. Deze immigranten zijn over enkele jaren misschien niet meer in leven. Met hun overlijden verdwijnen gelijk ook hun ervaringen, verhalen en herinneringen op de plantages. Om ook hun verhalen vast te leggen gaan Ali, een vriend van mij, en ik op zondag 28 oktober 2007 op bezoek bij Karsih Moekmin  te Hamptoncourtpolder, Nickerie.

Assalaam Alaikum
Nickerie heeft volgens bekomen informatie, nog maar drie personen van Javaanse afkomst, die op jonge leeftijd vanuit Indonesië naar Suriname kwamen. Dat gebeurde meestal in gezelschap van hun ouders. Van deze oude mensen woont er één op Hamptoncourtpolder en de resterende twee te Wageningen, onder wie een honderd jarige.
Het is net vier uur in de middag geweest wanneer wij op het adres van de familie Moekmin te Hamptoncourtpolder, serie B nummer 8, meer bekend als Krappahoeklaan, aankomen. Karsih Moekmin en haar man, verwachten ons. Het huis van het echtpaar ligt ongeveer 20 meter van de zandweg. Vanuit de straat zijn vele vruchtbomen en bloemen te zien. Een loopbrug over het brede kanaal, verbindt de weg met het perceel.
Als wij op het erf komen, worden Ali en ik begroet door enkele blaffende honden, met wie we al gauw ‘vriendschap sluiten’. Karsih ziet er ondanks haar 85-jarige leeftijd nog vitaal uit. Op zijn Javaans, begroet ze ons zeer aangenaam en vriendelijk. Haar “Assalaam Alaikum” beantwoorden wij met “Alaikum Salaam”. Zo wensen wij elkaar de vrede toe. Karsih zegt dat ze haar man erbij haalt.
Met haar toestemming lopen wij even op het erf rond. Naast de vele vruchtbomen en bloemen, zien wij ook groenten en planten. Dat was in feite al te merken aan de katjangplanten, op de berm van de rijweg. De kousebandplantjes, zoals ze ook heten, stonden keurig in de rij en droegen groene en gezond uitziende kousebandjes. Op het erf ontbreekt de nationale liefdesbloem der Javanen, de “melatti” niet. Deze verspreidt haar geur in de wijde omtrek.

Om in de droge tijd verzekerd te zijn van zoetwater, heeft elk Javaans gezin op het erf een put van redelijke omvang. Ook bij dit bejaarde echtpaar, ontbreekt zo een “somoer” niet. De put heeft een “babakar”, een trap om in de put af te dalen. Met de “tjidoh” of kalebaskan, wordt het water opgeschept. Ons valt ook de “loemboeng”, de padischuur, en de “goedang” of berghok voor de gereedschappen op. Deze zaken sieren het erf, van deze landbouwers.
Van de “sawah” of het rijstareaal achter de woning is kortgeleden padie met de maai- en dorsmachine geoogst. Het stro ligt nog vers in lange rijen over het hele veld. Het is een mooi schouwspel. Vroeger oogstte men de rijst met de sikkel. Overgebleven aren oogstte men met een kort rechthoekig mes, de “apan”. Die wijze van oogsten noemt men ani-ani. Het bewerken van de padie tot rijst gebeurde met een rijstblok met stampers. Bij de javanen staan deze attributen bekend als “ loempang”,de matta, en de “atoe”, de stamper.Van Ramboen naar Waterloo
Als Karsih met haar man verschijnt, lopen wij naar haar toe. Karsih is in het noordoosten van Indonesië rond 1921 geboren. Ze heette toen Toeminem Wadjoet en had bij haar vertrek naar Suriname het immigrantennummer 412/22. Haar vader Wadjoet had als immigrantennummer 410/22. Hij was getrouwd met Bok Djebrak.

Haar nummer was 411/22. Hoe zij in Suriname aankwamen, vertelt de 85-jarige: “Ik was tien jaar oud toen ik met mijn vader en moeder naar Suriname kwam. Wij woonden in het het district Delhi, en wel in het dorp Ramboen. In het dorp had je een ballataplantage. Van de vele bolletriebomen die er stonden, tapte men het sap af. Deze werd gedroogd en als rubber geëxporteerd. Er werd ook katoen geteeld. Een deel werd tot garen verwerkt. Het leven in Indonesië was leuk.

Mijn moeder stikte kleren voor de bevolking en mijn vader werkte op de rubberplantage. Zij naaide kleren voor de arbeiders, die haar betaalden als zij hun loon ontvingen. Toen de ronselaars voor plantages in Suriname het dorp bezochten, gaf mijn vader zich op. Mijn moeder wilde niet naar Suriname komen en er ontstonden grote ruzies. Zij had een redelijk bestaan. Ook zou ze haar vrienden en kennissen moeten verlaten.
Zij stelde voor, dat mijn vader en ik vertrokken. Maar uiteindelijk besloot ze mee te gaan. In 1931 vertrokken wij met de Capatan Jenap naar Suriname. De reis duurde drie maanden. Mijn ouders werden op de suikerplantage Waterloo te werk gesteld. Mijn vader werkte als rietkapper, mijn moeder moest de bedden schoonhouden en de plantjes verzorgen. Na vijf jaren liep hun contract af. De plantagedirecteur bood mijn ouders een stier, een stuk grond, een kar en f100,= aan. Zij moesten dan op de plantage blijven werken als vrije arbeider.
Dat aanbod werd van de hand gewezen. In Nieuw-Nickerie werd een huis gehuurd, maar wij bleven er niet lang. Vrienden van mijn ouders bewogen hen om op de cacaoplantage 't Lot, die lag tussen de plantages Krappahoek en Gloria, te werken. De plantage had zelf geen fabriek. De uit de vruchten gehaalde cacaobonen, werden gedroogd en met boten, binnendoor, naar Paramaribo getransporteerd.
Het was hard werken op de plantage. Het loon bedroeg een gulden vijftig per dag. Met hun spaargeld, kochten mijn ouders een klein perceel aan de Krappahoeklaan. Waar ik nu woon, kochten zij later met de medewerking van bestuursopzichter Flu. Dit gebeurde toen de plantage 't Lot werd gesloten. Mijn ouders deden toen aan de bevolkingslandbouw. Zij plantten rijst en drooggewassen. Zij werkten daarnaast, net als ik later voor de rijstboeren met grotere velden, voor ongeveer 25 cent per dag. Dat gebeurde tijdens de plant- en oogsttijd. Je werkte dan van 8 uur 's morgens tot 5 uur 's middags.”

Karsidih was trouw in zijn werk. Karsih ontmoette haar man Karsidi Moekmin, toen zij met haar ouders naar de plantage 't Lot verhuisden. Karsidi is geboren in Suriname op 27 juni 1921. Hij is de zoon van Moekmin. Hij had als immigrantennummer 1274/VV. Zijn moeder Bok Karsinah had als nummer, 1296/VV . Karsih en Karsidi treden op 10 oktober 1942 met elkaar in het huwelijk. Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren. Ngatinem ( 1943), Partinah ( 1947) en Toemirin (1949).
Zij bezochten de lagere school te Hamptoncourtpolder. Karsidih kan zich de directeur van de plantage 't Lot, Halfhide, nog goed herinneren. Zijn ouders woonden en werkten op deze plantage. Nadat hij met Karsih was getrouwd, ging hij bij zijn schoonouders inwonen. Omdat zijn gehoor slecht is, is het moeilijk met hem een gesprek op gang te brengen. Maar hij vertelt aan ons, dat zowel de plantage Hamptoncourt als Krappahoek, vele grote gebouwen kenden, evenals een gezamenlijke suikerfabriek.

Ali vertelt over hem het volgende: “Karsidih is ten tijde van mijn diensttijd als opzichter bij de bestuursdienst, 10 jaar lang lid van het waterschapsbestuur geweest. Hij was belast met het inspecteren van de dammen, trenzen en irrigatiekanalen. Hij moest erop toezien, dat de ingezetenen zich hielden aan hun plicht.
Zoals het betalen van waterschapsgelden. Hij was een trouwe en harde werker. Hij maakte nooit ruzie met iemand. Hij was zelf een trouwe landbouwer, wier perceel als voorbeeld diende. Hij had een mooie aanplant. Naast de landbouw kweekte hij ook schapen, geiten en kippen”.
Karsidih is erg blij met het bezoek van Ali en ik. Ons bezoek bevestigt wederom de vriendschap met Ali.
Het gesprek met Karsih en Karsidih was zeer aangenaam. Vooral de kennis van de Javaanse taal bij Ali, was nodig gebleken. Ik ben zeer verheugd, dat ik het verhaal van het echtpaar mocht vastleggen. Nadat wij in de tuin foto's hebben gemaakt, nemen wij afscheid van de lieve mensen. Zij hopen zeer spoedig hun verhaal in de krant te zien.

 

Dag meneer Kenneth Donk,

Het is zaterdagmorgen 1 december 2007 om 08.15 uur plaatselijke tijd in Nederland. Zojuist las ik uw artikel in www.dwtonline.com. Het is erg mooi en boeiend geschreven. Heel mooi gedaan.

Sinds 2000 is mijn website online. En met veel succes. Via Afdeling Cultuurstudies (met wie ik een innige binding heb) op Fort Zeelandia mogen heel veel Surinaamse scholieren en studenten kennismaken met mijn website. Ook over de hele wereld is mijn website bekend. Maandelijks zijn er circa 30.000 unieke bezoekers. Van Indonesië tot Canada en van de Malediven tot Aruba. Om maar een zijstraatje te noemen.

BanyuMili is een informatieve en educatieve website over de Javaanse Surinamers met een knipoog naar Java, Indonesië, het land waar de voorouders vandaan kwamen.

Graag zou ik uw artikel en foto's willen overnemen en op mijn website plaatsen. Eventueel tegen een vergoeding. Eventueel, omdat het werk wat ik voor BanyuMili doe geheel door mijzelf wordt gefinancierd. Elke (kostenloze) bijdrage is dus mooi meegenomen. Ik doe alles zelf, van websitebouw, onderhoud tot redactionele invulling. Momenteel ben ik de website aan het updaten, zowel inhoudelijk als vormgevingstechnisch.

U kunt mijn website bezoeken op het volgende adres: http://www.banyumili.info

Hopelijk geeft u mij de toestemming. Ik zal natuurlijk uw naam en emailadres onder het artikel vermelden.

Met vriendelijke groeten,

Reinier Kromopawiro
BanyuMili