
|
|
|
|
SURINAAMS JAVAAN EN JAVAANS VAN JAVA |
|
Inleiding |
|
|
|
|
| In het dagelijks Javaans van Java en het dagelijks Surinaams Javaans zijn er in principe geen verschillen. Het Surinaams Javaans hebben onze voorouders immers vanuit Java naar Suriname meegebracht. Echter, een taal die dagelijks wordt gebruikt door een groep sprekers is levend. En levende talen in een ander gebied dan het oorspronkelijke maakt een eigen ontwikkeling door. Er komen bijvoorbeeld leenwoorden uit de omringende talen. En aangezien in Suriname meer dan 20 moedertalen wordt gesproken is niet onwaarschijnlijk dat er 'vreemde' woorden (woorden uit andere talen) in het Javaans (van Suriname) terechtkomen. |
|
|
|
|
|
|
|
Javaans van
Java
Surinaams Javaans
Surinaams Javaans in
Nederland De ene taal beïnvloedt de andere taal. Elke taal, die door een bepaalde gemeenschap wordt gesproken, is een taal die leeft en staat voortdurend onder druk van andere talen die in de nabijheid worden gesproken. Zo zitten er in het Nederlands veel Engelse woorden, zoals 'computer'. Vervolgens is het Engelse woord 'computer' via het Nederlands of rechtstreeks in het Javaans terechtgekomen. Bijvoorbeeld in de volgende zin: Aku wingi tuku computer (Gisteren heb ik een computer gekocht). Nog meer verschillen tussen het Javaans van Java en het Surinaams Javaans 1. Het klanksysteem en de schrijfwijze. De klank tj als in het Nederlandse woord 'tjokvol' wordt in het Surinaams Javaans met een ty geschreven en in het Modern Javaans van Java met een c. Bijvoorbeeld tyampur in het Surinaams Javaans en in het Modern Javaans van Java is het campur (vermengd). 2. De verschillende taalsoorten. Het Surinaams Javaans kent drie taalsoorten: ngoko (het informeel Javaans, vaak zegt men dat ook 'gewoon Javaans'), basa (het formeel Javaans, wat men 'beleefd Javaans' noemt en basa mlipis (het zeer formeel Javaans, men zegt ook wel 'diep Javaans'). Het Modern Javaans van Indonesië dat vooral op Java wordt gesproken kent in grote lijnen ook drie taalsoorten: ngoko, madya en krama. Ngoko en madya zijn de taalsoorten die men in de eigen omgeving spreekt en krama is de zeer beleefde taal. Daarnaast is er ook nog een lijst met krama inggil woorden. Deze woorden van eerbetoon - de zogenaamde tembung urmat - moet (het is dus verplicht) men altijd gebruiken in de drie taalsoorten, wanneer er voor bepaalde begrippen krama inggil woorden beschikbaar zijn. Dus als men ngoko, madya of krama spreekt, moet men in alle voorkomende gevallen, wanneer dit wordt verlangd, krama inggil woorden gebruiken. Maar let wel: krama inggil woorden mag men nooit voor zichzelf gebruiken, maar altijd ten behoeve van een ander. Voorbeeld: De Nederlandse zin 'Hij komt morgen' is in het ngoko Sésuk dhèwèké teka, in het krama luidt deze zin Bénjing piyambakipun dhateng. Wil men een persoon eren, dan gebruikt men voor het woord teka het krama inggil-woord en voor het woord panjenengané in de taalsoort ngoko en panjenenganipun in de taalsoort krama. |