
|
|
|
|
DIT IS
MIJN VERHAAL... WIE BEN IK EIGENLIJK |
|
●
Webmaster en BanyuMili |
Dit lied 'Tanjung Perak' heb ik van mijn grootmoeder geleerd toen ik een jaar of acht was. Tanjung Perak is de naam van de haven van Surabaya. Een van de vertrekhavens van de Javaanse contractarbeiders. De andere zijn Tanjung Emas van Semarang en Tanjung Priok van Jakarta (Batavia).
|
|
|
|
|
|
|
|
Wie ben ik eigenlijk |
|
Wie ben ik eigenlijk... Ja, wie ben ik eigenlijk. Ik heb met opzet geen vraagteken er achter gezet. Want dat zou kunnen betekenen dat ik mijzelf niet ken. Het tegendeel is waar: Ik ken mijzelf heel erg goed. Want...
Ik ben blij dat ik
een Javaan ben |
|
|
|
|
1949
Cultureel
erfgoed
Utama blijkt nu het ultieme woord
te zijn voor de webmaster... |
|
|
|
1960 'Oral History' en meer
Als jonge nazaat van Javaanse contractarbeiders was de webmaster al
bezig - zonder dat hij het wist - met 'oral history'. In de vierde klas van de lagere school
maakte hij een opstel over zijn grootmoeder. Over haar verhalen op Java (udan
awu, asregen van vulkaanuitbarstingen) en hoe zij tewerk
werd gesteld op plantage Alliance. En hoe zij daar zijn opa heeft
leren kennen. Opa Kromopawiro. |
|
|
|
1990
BanyuMili
1990 VHJI Paramaribo
Suriname Betrokken bij 100 jaar Javaanse Immigratie bij Sana
Budaya Paramatibo. Kennismaking met alle Javaanse
kunstenaars. De webmaster was nauw betrokken bij de inrichting van
de expositie in dat jaar. Door de organisatie was hij ingedeeld bij
de 'Kunstenaarsgroep'. |
|
|
|
|
|
|
|
![]() Reinier Kromopawiro hield een interessante lezing in het Faciliteitengebouw van Rijksuniversiteit Leiden, tegenwoordig Universiteit Leiden tijdens de presentatie van het Surinaams javaans - Nederlands woordenboek in 2001 van Hein Vrugging en Johan Sarmo |
Ik ben...
Ik ben Reinier Kromopawiro, geboren op 9 november 1949 te Reynsdorp,
beter bekend als Bakkie. Mijn weton
is Rebo-Legi, een zeer gunstige tijdstip. De zeer bekende
dhalang Ki Anom Suroto uit Java (Indonesië), die het
Dewa Ruci
(een van de bekendste wayangverhalen) zo adembenemend
en weergaloos kan vertolken en presenteren, is ook op Rebo-Legi
geboren. Weton is de gecombineerde tijdstipberekening
van de zevendaagse week en de vijfdaagse marktweek, de
Pasaran. Mijn vader heette Rudolf Djiman Moesredjo en mijn moeder Annie Satijem Kromopawiro. Mijn vader was zeer artistiek begaafd. Hij kon bijvoorbeeld onwijs mooi tekenen. Op mijn cijferlijst van de Sint Paulus Muloschool prijkt de cijfer 10 voor tekenen. Zo vader zo zoon, dus. Ik ben opgegroeid bij mijn grootmoeder Toemidja Tomoredjo, de moeder van mijn moeder. De vader van mijn moeder, mijn opa dus, heette Karno Kromopawiro. Ik draag dus de familienaam van moederskant. De ouders van mijn vader heetten Sarijoen en Markinem. Mijn vader had ook pleegouders. Zij heetten Amat en Saar. Mijn ouders hebben elf kinderen zes jongens en vijf meisjes. Ik ben de oudste. |
|
|
![]() |
Cultuur Ik ben opgegroeid met de Javaanse taal en cultuur. Mijn vader had een gamelangroep met alleen familieleden erin. Hij bespeelde de kendhang (tweevellige trom). Alle andere spelers waren mijn ooms en neven. Hij had ook zijn eigen ludrug (volkstoneel) gezelschap: Mulya Utama (verheven deugden). Mijn moeder en tantes verzorgden de kostuums van het gezelschap. Als kind ging ik altijd mee met mijn vader als zijn gamelangroep moest spelen. Tijdens een ludrug- of wayangvoorstelling bij een huwelijks- of besnijdenisfeest. De schoonvader van mijn oom, jongere broer van mijn vader, was dhalang (poppenbespeler, verhalenverteller en regisseur). Het zat allemaal in de familie. |
|
|
![]() De webmaster had in Nederland ook contact met de Indonesische Ambassade in Nederland. Hij interviewde Bapak Kadarisman, de toenmalige ambassadeur van Indonesië in Nederland. Het was een zeer bijzondere en memorabele ontmoeting in de ambassadeurswoning te Wassenaar op de dag van de onafhankelijkheidsherdenking van Indonesië op 17 augustus 1997. |
Educatie
Van mijn grootmoeder leerde ik zinnetjes
in het Maleisch. Het kleine rode boekje
heb ik vaak in mijn handen gehad. Ik kon toen al lezen.
En mijn grootmoeder bij wie ik verbleef leerde mij 'Nanti dulu
sebentar' (Wacht even, even geduld hebben) en 'Saya lapar'
(Ik
heb honger). Hoe oud was ik toen? Ik dacht een jaar of zeven,
acht? Ik weet het niet meer. Nu vraag ik mij af: Heeft mijn
grootmoeder dat boekje uit Java, Indonesië meegenomen? Kon ze lezen?
Die vragen kunnen nu niet meer beantwoord worden. Helaas! Maar dat boekje
kan ik mij elke dag voor de geest halen. Mijn vader leerde mij
het nationaal volkslied van Indonesië zingen. Op school was er ook
een vak zingen. Het "Indonesia Raya" (Indonesië
arbeidt, de handen ineenslaan), het nationaal volkslied van
Indonesië, zong ik altijd voor de klas. Dan kreeg je een cijfer voor
het rapport. Het "Indonesia Raya" heeft mijn vader van
Bapak Iding Soemita
geleerd. Hij (mijn vader) was secretaris van afdeling Reynsdorp en
aangrenzende dorpen van de KTPI, Kaum
Tani Persatuan Indonesia, de politieke partij van Bapak Iding Soemita.
Ik kan de groene lidmaatschapkaarten nog heugen. "Achmadia"stond
erop met de gegevens van het lid in mijn vader's handschrift. Van
mijn grootmoeder leerde ik het lied Tanjung Perak pinggir laut...
(Tanjung Perak aan de zee). Tanjung Perak is de haven van Surabaya.
Vreemd eigenlijk, want zij kwam uit Semarang en de haven daar heet
Tanjung Emas. Er werd bij mijn grootmoeder thuis vaak
keroncongmuziek gemaakt door vrienden van mijn ouders. |
|
|
![]()
|
Op Bakkie heb ik de lagere school doorlopen. In de zesde klas had ik meneer Binda als onderwijzer, tevens hoofd van de school. Een Hindoestaanse meneer. Tijdens de vlaggenparade was ik degene die de vlag hees en streek. Machtig vond ik dat. Iedereen netjes in de rij. En dan het volkslied zingen, toen nog 'Suriname's trotse stromen'. Vandaar ook mijn drang op latere leeftijd om een Javaanse 'vertaling' te maken van het nationaal volkslied van Suriname: het werd Ana Suriname Siji... Er is één Suriname (zie flashvideo). Ik leerde ook hoe je de vlag moest vouwen. Het was de witte vlag met de vijf sterren. Van meneer Binda mocht ik niet mee landbouwen met medeleerlingen tijdens het landbouwuurtje. Een magere Hindoestaanse man leerde de andere leerlingen onder andere de grond bewerken en groente telen. Van meneer Binda moest ik binnen blijven... leren moest ik! Na de lagere school zat ik vervolgens op de Sint Paulus Muloschool in Paramaribo en had een veilige onderdak gevonden in het rooms-katholieke jongensinternaat Taman Putro. Nu zou ik Taman Putro als Taman Putra schrijven. Behaalde in 1966 het begeerde mulo-diploma, B-richting. Toen was dat nog wat, een mulo-diploma. Dat was in 1966. Taman Putro (Taman Putra) betekent de Tuin der Prinsen, letterlijk jongenstuin of tuin voor jongens. Liever De Tuin Der Prinsen. Na het behalen van het Mulo-diploma kreeg ik een baan bij het Sint Vincentius Ziekenhuis als leerlingbroeder. Ik was de eerste verplegend broeder in opleiding. Ik was half intern. Op de binnenplaats was er een gebouw. Ik had daar zowat een compleet huis ter beschikking. Maar ik had ook mijn eigen huurhuis aan de Prinsenstraat in Paramaribo. Samen met mijn jongere zus en twee neven. Een van die twee zat op de Technische school. En wij bouwden onze eigen radio en speakerkast. Soms waren wij tot middernacht bezig. Dat eigen huurhuis kostte vijftien Surinaamse gulden. In die tijd was één Surinaamse gulden twee Nederlandse guldens waard. Bij het Sint Vincentius Ziekenhuis verdiende ik 130 guldens. Ik vond het machtig om met al die mooie verpleegsters samen te werken. Wij lunchten samen in een gebouw, ook op de binnenplaats. En verwend werd ik, door al die verpleegsters. En zondags ging ik met een paar verpleegtsres naar de waterkant. Even een ijsje kopen bij de Javaanse man onder de amandelboom. Schaafijs met siroop en pinda's. Schaafijsverkopers waren in die tijd alleen maar Javaanse mannen. |
|
|
|
Migratie Op 8 november 1967 verliet ik Suriname. Aangekomen in Nederland op 9 november 1967 op Schiphol. Precies op mijn verjaardag. Een kopie van de ticket heb tot de dag van vandaag nog in mijn persoonliijke archief liggen. Ik heb daarbij ook nog onmiddellijk na aankomst een gedicht geschreven. Mijn gamelan klanken die ik gisteren verliet... Vanuit Schiphol, het was koud en mistig, ging ik met de KLM-bus richting Den Haag. Woonde en werkte daar een jaar bij de rijksoverheid. Verhuisde in 1968 naar Zwijndrecht om in Dordrecht naar de middelbare school te gaan. Dat was de HBS (Hogere Burgerschool), het Titus Brandsma College. Verder heb ik op de Academie van Beeldende Kunsten Rotterdam gestudeerd. Nu heet het instituut Willem de Kooning Academie. Het is een HBO-opleiding. Afgestudeerd in drie disciplines van de afdeling Publiciteit: grafische vormgeving, fotografische vormgeving en audiovisuele producties. Sinds het bestaan van de Academie ben ik als enige geslaagde in drie richtingen tegelijkertijd. Een bijzondere prestatie dus. Dat zei de directeur tijdens een speech. "Jij wordt later vast directeur van dit instituut", vervolgde hij verder. Veel later ging ik Kunstgeschiedenis studeren aan de avondopleiding van de Rijksuniversiteit Leiden. Maar na mijn terugkeer in Nederland van vakantie in Suriname ben ik van studie veranderd. Ik heb veel kennis vergaard aan de Rijksuniversiteit Leiden (thans Universiteit Leiden) op het gebied van Indonesische talen en culturen met als specialisatie Javaanse taal en letterkunde. Mijn andere expertise: Semiotiek, parallellie in de syntaxis van verbale en non-verbale communicatie. Mijn studiegenoten noemden mij pangéran. Het betekent prins. Dat kwam omdat ik een referaat had gehouden over Pangéran Dipanegara, de Javaanse prins die in opstand kwam tegen het koloniale bewind. Lees hier over de Java oorlog die van 1825-1830 duurde. Mijn medestudenten, vrienden en kennsissen noemden mij ook Leonardo Da Vinci, want ik kon alles en deed heel veel dingen. |
|
|
![]() Met de voormalige minister van Onderwij Walther Sandriman en de voormalige waarnemend ambassadeur in Nederland Johan Karsowidjojo Zij waren in Nederland gasten op de 50-verjaardag van Reinier Kromopawiro. De directuer van RTV Garuda Suriname Tommy Radji was op die dag ook als gast aanwezig.
|
Activiteiten Ja, echt waar, Ik heb veel dingen gedaan in mijn leven. Onnoemlijk veel. Van meubelontwerpen tot binnenhuisarchitectuur. Van standontwerp tot standbouw voor beurzen. Van grafisch ontwerpen tot produceren van bedrijfsfilms. Van cameraman tot belichtingstechnicus. Van schilderen tot eigenaar van een heuse artgallery in Rotterdam. Van liedjes schrijven tot het begeleiden van producties van educatief materiaal voor bijschoolse en voorschoolse educatie. De artgallery was gevestigd in het centrum van Rotterdam. Al vanaf de opening genoot de gallery enorme populariteit in Rotterdamse kunstkringen. De eerste kunstenaar die exposeerde was James Chasan, een Amerikaanse kunstenaar. De opening werd verricht door de cultureel attaché van de Amerikaanse Ambassade. De gallery deed in die tijd ook mee aan het project 'Mooi Meegenomen'. Kopers van kunstwerken kregen dertig procent subsidie van de gemeente Rotterdam. Ik zou niet weten wat ik allemaal moet opschrijven. Ik hoor iemand de
vraag al stellen. Wat ik nu doe? Denken, herdenken, nadenken,
terugdenken, vooruitdenken en vooral veel doen. En BanyuMili
natuurlijk. Mijn geesteskind. Wat één persoon met een allseszeggend begrip 'BanyuMili'
niet allemaal kan teweegbrengen. Bezoekers van BanyuMili hebben vaak
de indruk alsof er een heel team die als een kolonie ijverige mieren aan het werk is. Neen, hoor. Mung aku dhéwé, ijèn waé (Ik
ben alleen, ik doe het in
mijn eentje.) Leuk, hè? Nu even terugdenken... |
|
|
![]() Lekker genieten van vers gegrilde haring zo uit de zee van de Spaanse kust. In gedachten de walapa's van Bakkie... Ook vers uit de kali. |
Wat ik nu aan het doen ben? Het spreekwoord 'Goed voorbeeld doet goed volgen' blijkt meer dan eens waarheid te zijn. Maar natuurlijk maak ik ook gebruik van de vele successen op het internet om mee te liften. Ik zou gek zijn om het niet te doen! Nu ben ik benieuwd of mijn Spaanse avontuur ook een goed voorbeeld is. Bienvenido (welkom), zou ik zeggen... Vamos a la playa (Kom, laten wij naar het strand gaan of Wij gaan naar het strand)... In een rustieke omgeving en in alle rust lees ik alles wat los en vast zit over de geschiedenis, taal en cultuur van de Javanen van Java (Indonesië) en van de Javaanse Surinamers. Heel vaak op het balkon van een appartement aan de Spaanse kust met frontaal zicht op zee. En... al vrijend met de letters van mijn schootliefde (mijn laptop dus!) hoor en zie ik de (on)rustig ruisende golvenstroom op mij af komen. Ik kan ze bijna aanraken vanaf mijn fraaie zitpositie met versgeperste (zowat van de boom in het glas) zumo de naranja naturel... verse sinaasappelsap. En in de verre verte de breedlachende zon die je elke morgen zo vredig begroet, zichtbaar wiegend op de glinsteringen van de samudra (de zee)... Wat een leven! Wat een golven! Wat een sap! Denkende dat de golven gisteren of eergisteren vanuit Indonesië of Suriname zijn vertrokken. |
|
|
![]() |
Dit verhaal is nog niet af en zal vaker gewijzigd en aangepast worden, want de herinneringen druppelen nog steeds. Hieronder enkele aantekeningen die nog uitgewerkt moeten worden. |
|
Het kleine rode boekje
Toemidja Tomoredjo ● Mbah Kromo... de vader van mijn moeder ● Mbah Saar... de pleegmoeder van mijn vader ● Mbah Amat... de pleegvader van mijn vader
Kromopawiro is mijn
naam Snikkende grootmoeder Van mijn moeder hoorde ik een keer dat ze gehurkt zat snikkend met haar gezicht naar het oosten. Mijn moeder vroeg haar van: "Ènèng apa, mak?" " Ma, wat is er?" "Ik denk aan mijn kinderen", zei mijn grootmoeder. Later begreep ik dat zij twee kinderen hebben moeten achterlaten op Java. Misschien heb ik nu een complete kampong met familieleden op Java. Bijzondere gaven grootmoeder Mijn grootmoeder had ook andere gaven. Dat vertelde mijn moeder. Het was in de grote droge tijd, toen er brand was op de kurkdroge akkers. Een buurman iets verderop had een hoop dor gras in brand gestoken. Brandende blader waren waarschijnlijk door het noordoosten passaat op de droge akkers van mijn grootmoeder doen belanden. Het vuur naderde het huis van mijn grootmoeder. Op een gegeven moment tot op 20 meter afstand. Toen nam mijn grootmoeder een ei, dat zij had en wierp het naar het dreigende vuur. En plots... het vuurd doofde onmiddellijk. Als kind hoorde ik heel veel van dit soort verhalen. Vriend van mijn grootvader kon in een tijger veranderen Mijn grootvader was op een avond op bezoek bij zijn vriend. Een paar huizen verderop. Dat was dus 60 meter verderop. Het was al laat. En mijn grootvader wilde naar huis. En zei tegen zijn vriend:"Kang, permisi, ya, arep mulih. Broer, excuseer mij ik ga nu naar huis. "Lah, bengi-bengi kok mulih, wis turu kéné waé. Menawa kowé mulih, mengko pethukan macan." "Het is al laat, blijf toch hier slapen. Straks kom je onderweg een tijger tegen. Mijn grootvader besloot toch naar huis te gaan. Halverwege hoorde hij een gebrom van een tijger. Mijn grootvader wist meteen dat het zijn vriend was. Hij stond immers bekend dat hij zichzelf kon veranderen in een tijger. Mijn grootvader zei: "Kang, iku kowé, ta... lunga ta." "Broer, ik weet het heus wel hoor, jij bent het. Ga uit de weg." Onmiddellijk daarop verdween de tijger en vervolgde mijn grootvader zijn reis naar huis terug. Mijn oom was zoek Verborgen gehouden door een wéwé. Iedereen ging naar hem op zoek. Hij zag iedereen zoeken, maar de mensen die naar hem zochten, konden hem niet zien Nog meer herinneringen ...wordt nog uitgewerkt ● nginang susur pruimen tabak sirih= bétel bladeren kauwen mond wordt spugen rode vlekken op de grond gambir = bételnoot
sirih of betelblad met gambir (betelnoten) en kapur (gebluste kalk) iets wit, iets blokkerig stukjes eraf brokkelen en op een stuk blad doen en kauwen ● Kembang turi srèng-srèng met uien knoflook en trasi ● Koeien gras geven koeienpoep harken en ngarit palang grasi of palagrasi ● Maansverduistering lumpang kethokan iedereen wordt wakker gemaakt, maar ook de koeien planten alles ● Rebo-Legi gunstige geboortedatum Ook de geboortedatum van de bekende Javaanse dalang uit Indonesië Ki Anom Suroto ● Wayangvoorstelling ujar gelofte ● Einde vasten.. dronken man op het erf.. keroncong groep bij mijn grootmoeder met vioel gitaar en kendhang ● Saoto eten met mijn grootmoeder op een feestje... Nederlandse vlag wapperde in de nacht... Feest bij de bayan, de dorpsomroeper ● Naar de rijstpelmolen van padi tot beras ● nggepyok rijsthalmen op een tafel van balken slaan, zodat padi gescheiden worden van de rijsthalmen ● nandur pari.. nyebar.. bibit... ndhaut jonge rijst uit het kweekbed uittrekken voor het uitplanten op de akkers... sawah klaarmaken... mbabat ● rijstpkanten en rijstoogsten harige padi stampen in lesung otdoen van het kaft nyilir rijst met losgetrokken kaft in een tampah schuinhouden en kaft door de wind laten vliegen rijst opvangen ● Layat-layat.. er ie iemand overleden gedroogde rijsthalemen in een bundel verbranden met zout erop ● ludrug gezelschap van familie oefende op het erf (latar) met zwaardgevechten: dègri Reinier Kromopawiro |